Uitspraak
200301035/1, op 6 januari 2004, derhalve na de beslissing op bezwaar, is vastgesteld.
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen weigerde op 31 juli 2001 een bouwvergunning voor het oprichten van een dakopbouw op een pand in Amstelveen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 28 maart 2002 ongegrond werd verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond op 19 januari 2004.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State, stellende dat het college onredelijk had gehandeld en dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat vergelijkbare bouwplannen in de omgeving wel werden toegestaan. De Raad van State overwoog dat de dakopbouw als een derde bouwlaag moet worden aangemerkt en daarmee in strijd is met het bestemmingsplan ‘Uitwerkingsplan Westelijk Deelgebied 7A’. Het college kon in redelijkheid weigeren om vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.
De Raad van State verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de woningen waar appellant naar verwees onder een ander bestemmingsplan vallen. Ook het beleid van het college ten aanzien van kaplagen, vastgesteld na de bezwaarbeslissing, kon niet in aanmerking worden genomen. De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de bouwvergunning bevestigd.