ECLI:NL:RVS:2004:AQ7005
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing St. Clemenskerk als beschermd monument volgens Monumentenwet 1988
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen heeft bij besluit van 14 november 2001 de St. Clemens Maria Hofbauer kerk te Hilversum aangewezen als beschermd monument op grond van de Monumentenwet 1988. Appellante, eigenaar van het kerkgebouw, maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat bij besluit van 17 januari 2003 werd afgewezen. De rechtbank Haarlem verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. Appellante stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellante voerde aan dat het aanwijzingsbesluit onzorgvuldig tot stand was gekomen, omdat het was gebaseerd op een niet nader gemotiveerd advies van de gemeenteraad, terwijl een eerder gemotiveerd advies was vernietigd. De Raad van State oordeelde echter dat het eerdere advies inhoudelijk nog steeds van toepassing was en dat de gemeenteraad in het kader van het Monumenten Selectie Project volstond met een verwijzing naar dat advies. Tevens was voldoende overleg met de eigenaar gevoerd.
Verder stelde appellante dat de aanwijzing de vrijheid van godsdienst en de mogelijkheden tot herbestemming van het kerkgebouw onredelijk zou beperken. De Raad van State stelde dat deze belangen niet relevant zijn bij de beoordeling van de monumentwaardigheid en dat eventuele problemen met herbestemming pas aan de orde komen bij een latere vergunningprocedure.
De Raad van State concludeerde dat de Staatssecretaris geen onjuiste feiten of maatstaven heeft gehanteerd en dat de aanwijzing terecht is gehandhaafd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de aanwijzing van de St. Clemenskerk als beschermd monument is bevestigd.