ECLI:NL:RVS:2004:AQ6994
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningbesluit kampeerplaatsen wegens onvoldoende belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verleende aan appellante een vergunning voor het houden van kampeerplaatsen met een voorschrift dat stacaravans niet groter mochten zijn dan 55 m2, gebaseerd op een beleidswijziging die de maximale oppervlakte van 75 m2 naar 55 m2 verlaagde.
Appellante voerde aan dat zij het kampeerterrein had aangekocht en ingericht op basis van het oude beleid van 75 m2, en dat de beleidswijziging haar belangen onevenredig schaadde. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de specifieke belangen van appellante en onvoldoende had gemotiveerd waarom de beleidswijziging zonder maatwerk werd toegepast.
De rechtbank had het beroep van appellante ongegrond verklaard, maar de Afdeling vernietigde deze uitspraak en het besluit van het college. Het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen waarbij de belangen van appellante adequaat worden betrokken. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het college en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.