ECLI:NL:RVS:2004:AQ6993
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wijziging vergunning oppervlakte stacaravans wegens onvoldoende belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn wijzigde in 2002 de voorschriften van een vergunning op grond van de Wet op de openluchtrecreatie, waarbij de maximaal toegestane oppervlakte van stacaravans werd verlaagd van 75 m2 naar 55 m2. Appellante, exploitatiemaatschappij van een kampeerterrein, voerde aan dat deze beleidswijziging te abrupt was en haar belangen onevenredig schaadde, omdat zij haar investeringen had gebaseerd op de eerdere maatvoering.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college bevoegd was om voorschriften te wijzigen, maar onvoldoende oog had gehad voor de belangen van appellante. Het college had nagelaten te onderzoeken of de overgangs- en compensatiemaatregelen passend waren voor appellante, die zich nog in een opbouwfase bevond en recent een vergunning had gekregen op basis van het oude beleid.
Daarom werd het besluit vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank Zutphen had ten onrechte het beroep ongegrond verklaard. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, en moest een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van de belangenafweging.
Uitkomst: Het besluit van het college om de maximale oppervlakte van stacaravans te verlagen naar 55 m2 wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging en motivering.