ECLI:NL:RVS:2004:AQ6991
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vergunning lozing gezuiverd grondwater op Amsterdam-Rijnkanaal
Bij besluit van 27 januari 2004 heeft de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat een vergunning verleend aan een vergunninghoudster voor het lozen van gezuiverd grondwater afkomstig van een grondwatersanering op het Amsterdam-Rijnkanaal. Dit besluit is ter inzage gelegd op 4 december 2003. Appellanten hebben hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, aangezien de bedenkingen tijdig zijn ingediend binnen de wettelijke termijn. Appellanten stelden dat de inzagemogelijkheden ontoereikend waren en dat zij onvoldoende informatie hadden over de zuiveringstechnische voorzieningen. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat appellanten voldoende gelegenheid hebben gehad om de stukken in te zien en dat de verstrekte informatie over de voorzieningen toereikend was.
Verder voerden appellanten aan dat de sanering onduidelijk is, dat vergunningen mogelijk ontbreken en dat de geplande huizenbouw in strijd is met ruimtelijke plannen. Deze gronden zijn echter niet gericht tegen het bestreden besluit en worden daarom ongegrond verklaard. Ook de vrees dat verontreinigd water de gronden van appellanten kan bereiken wordt niet gegrond verklaard, mede vanwege de stromingsrichting en de kwaliteit van het lozingswater.
De Raad van State verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het lozen van gezuiverd grondwater wordt ongegrond verklaard.