ECLI:NL:RVS:2004:AQ6631
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.W.L. Loeb
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen handhavingsbesluiten woongebruik pand
Verzoeker heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk verzocht handhavend op te treden tegen het ombouwen van een kantine en kantoor tot woonruimte zonder bouwvergunning en in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft uiteindelijk besloten handhavend op te treden en dwangsommen opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen eerdere besluiten niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit tot verlenging van de begunstigingstermijn. Appellante, eigenaar van het perceel, stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend optreedt omdat geen concreet uitzicht op legalisatie bestond en dat het beroep van appellante ongegrond is.
De Raad van State bevestigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het besluit van 25 mei 2004 ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.