ECLI:NL:RVS:2004:AQ6623
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- J.H.B. van der Meer
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over belanghebbende bij toestemming tijdelijk zanddepot
De Landinrichtingscommissie verleende toestemming voor een tijdelijk zanddepot op een perceel, met voorwaarden over de staat van het perceel bij kavelovergang. Appellant, die geen eigenaar is maar aanspraken heeft binnen de ruilverkaveling, stelde bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank verklaarde appellant geen belanghebbende en verklaarde het beroep gegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak volgt de rechtbank niet en oordeelt dat appellant wel belanghebbende is vanwege zijn directe betrokkenheid bij de ruilverkaveling en mogelijke nadelige gevolgen voor zijn aanspraken. Het bezwaar tegen de eerste toestemming werd terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.
De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond, waarmee het besluit van de Landinrichtingscommissie standhoudt. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.