ECLI:NL:RVS:2004:AQ6029
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Vergunning voor uitbreiding afvalstortplaats met asbesthoudend bulkmateriaal niet onrechtmatig
Bij besluit van 7 oktober 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Flevoland aan Afvalzorg Deponie B.V. een vergunning voor het veranderen van een afvalstortplaats te Almere, inclusief het los storten van asbesthoudende bulkmaterialen. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de vergunninghoudster de veiligheidsvoorschriften niet zou naleven en dat de toezichthouder onvoldoende zou toezien op naleving.
De Raad van State oordeelde dat deze bezwaren niet op de rechtmatigheid van de vergunning betrekking hadden en derhalve niet slaagden. Verder voerden appellanten aan dat de vergunning ten onrechte geen beperking bevatte dat alleen asbesthoudend materiaal uit Flevoland en het Gooi mocht worden geaccepteerd en dat een meetsysteem voor asbestconcentraties in de lucht ontbrak.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat een dergelijke geografische beperking niet is toegestaan op grond van artikel 8.13a van de Wet milieubeheer. De vergunningvoorschriften voldeden aan het Stortbesluit bodembescherming en de beleidsregel 4.45, die maatregelen voorschrijven om verspreiding van asbestvezels te voorkomen. Gelet op het deskundigenbericht en de voorschriften achtte de Afdeling een meetsysteem niet noodzakelijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunningverlening voor het veranderen van de afvalstortplaats met asbesthoudend bulkmateriaal wordt ongegrond verklaard.