ECLI:NL:RVS:2004:AQ6025
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- Ch.W. Mouton
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering ontheffing horeca vestiging in gemengd gebied Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag weigerde aanvankelijk ontheffing voor de vestiging van een brasserie in een gemengd gebied op grond van de Leefmilieuverordening recreatie-inrichtingen (LMV). Na bezwaar werd het besluit herroepen en alsnog ontheffing verleend. De stichting Bewonersorganisatie Archipel/Willemspark stelde beroep in tegen deze ontheffing, dat door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het college het gebied terecht als overig gemengd gebied heeft gekwalificeerd, maar dat het college onterecht is afgeweken van het eigen beleid dat in dergelijke gebieden geen ontheffing wordt verleend tenzij sprake is van een duidelijke positieve bijdrage aan woon- en werkomstandigheden. Het college heeft deze afwijking onvoldoende gemotiveerd en is voorbijgegaan aan het negatieve advies van de Toetsingscommissie horeca.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. Het college wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het beleid correct moet worden toegepast. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten en vergoedt de gemeente het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot ontheffing voor de vestiging van een brasserie wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.