ECLI:NL:RVS:2004:AQ6006
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- R.C.S. Bakker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake ongeldigverklaring rijbewijs
De minister van Verkeer en Waterstaat heeft op 11 oktober 2002 vastgesteld dat wederpartij niet voldoet aan de geschiktheidseisen voor het rijbewijs en heeft het rijbewijs ongeldig verklaard voor alle categorieën. Na bezwaar en beroep heeft de rechtbank Almelo op 19 mei 2004 het besluit van de minister vernietigd. De minister stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om te voorkomen dat het rijbewijs aan wederpartij zou worden teruggegeven.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek op 22 juli 2004 behandeld. Uit de overwegingen blijkt dat de Voorzitter geen spoedeisend en zwaarwegend belang van de minister ziet om het rijbewijs niet terug te geven, mede omdat wederpartij na de aanhouding in 2001 en de ongeldigverklaring reeds een nieuw rijbewijs heeft gekregen via de Eigen Verklaringsprocedure en sindsdien ongeveer drie jaar zonder nieuwe overtredingen heeft gereden.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van wederpartij, bestaande uit een bedrag van € 644,00 voor door een derde verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen.