ECLI:NL:RVS:2004:AQ5999
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit vrijstelling bouw garage in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Delfzijl verleende op 4 maart 2003 vrijstelling van het bestemmingsplan en bouwvergunning voor het bouwen van een garage/berging op een perceel te Delfzijl. Appellanten maakten bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. Appellanten stelden daarop hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het bouwplan in strijd was met het bestemmingsplan en dat het college de vrijstelling had verleend op grond van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO). De Afdeling stelde vast dat het college van gedeputeerde staten een lijst had vastgesteld waarin was aangegeven in welke gevallen vrijstelling kon worden verleend. Het college van B&W had het bouwplan aangemerkt als behorend tot categorie A, die betrekking heeft op woongebouwen.
De Afdeling oordeelde echter dat de garage/berging als bijgebouw niet onder het begrip woongebouw valt zoals bedoeld in de lijst en het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985. Bovendien kon artikel 19, derde lid, dat vrijstelling voor bijgebouwen regelt, niet worden toegepast vanwege het beleid van het college met betrekking tot de bestemming "Openbare groenvoorziening". Daarom was het college niet bevoegd om vrijstelling te verlenen op grond van artikel 19, tweede lid, WRO.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van het college, en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college en de uitspraak van de voorzieningenrechter worden vernietigd.