ECLI:NL:RVS:2004:AQ5774
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- B.J. van Ettekoven
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen bouwvergunning voor schuur bij melkrundveehouderij
Appellant sub 2, het college van burgemeester en wethouders van Geldermalsen, verleende op 17 april 2003 een bouwvergunning aan appellant sub 1 voor het veranderen en vergroten van een schuur op een perceel waar een melkrundveehouderij wordt geëxploiteerd. Wederpartij maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat door het college ongegrond werd verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van wederpartij gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, waarna hoger beroep werd ingesteld bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het college de beslissing op de bouwvergunning had moeten aanhouden omdat het bouwen van de schuur tevens het veranderen van een inrichting betrof waarvoor een milieuvergunning vereist is volgens de Wet milieubeheer. De Afdeling oordeelde dat het college terecht uitging van de feitelijke situatie van het houden van 49 stuks melkrundvee, waardoor het Besluit melkrundveehouderij milieubeheer van toepassing is, en dat er geen grond was om de bouwvergunning aan te houden.
Wel werd geoordeeld dat het college de beslissing op bezwaar onvoldoende had gemotiveerd, omdat het weigeren van inzage in de onderliggende meitellingsgegevens en het controleverslag niet voldeed aan de motiveringseisen van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en het besluit van het college, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Tot slot werd het college veroordeeld in de proceskosten en werd bepaald dat het griffierecht aan wederpartij wordt vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.