ECLI:NL:RVS:2004:AQ5738
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- B. Klein Nulent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor opbouw garage ondanks bezwaren welstandseisen
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda verleende op 30 mei 2000 een bouwvergunning voor een opbouw op de garage van een perceel te Gouda. Appellanten maakten bezwaar tegen deze vergunning en stelden dat de opbouw in strijd was met redelijke eisen van welstand. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellanten aanvankelijk gegrond, maar bij een latere uitspraak werd het beroep ongegrond verklaard.
Appellanten stelden dat het college de vergunning had moeten weigeren omdat de opbouw niet voldeed aan de welstandseisen. De welstandscommissie had echter een positief advies uitgebracht, en het college had dit advies gevolgd. Appellanten overlegden tegenrapporten van vijf architecten, maar de welstandscommissie reageerde hierop en handhaafde haar positieve advies.
De Raad van State oordeelde dat het college zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het bouwplan niet in strijd was met redelijke eisen van welstand. De argumenten van appellanten, waaronder esthetische bezwaren en vergelijkingen met andere gemeenten, waren onvoldoende om het besluit te vernietigen. Ook het bezwaar van omwonenden en het onderhoudsaspect van de opbouw waren niet relevant voor de welstandstoets.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de vergunning voor de opbouw en verklaart het hoger beroep ongegrond.