ECLI:NL:RVS:2004:AQ5665
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenbewaring wegens ontbreken geldige identiteitskaart niet onrechtmatig
Op 2 april 2004 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs en het vermoeden van onttrekking aan uitzetting. De rechtbank 's-Gravenhage heeft deze bewaring op 15 april 2004 onrechtmatig verklaard en opgeheven. De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad overweegt dat volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 EU/EER-onderdanen een geldig paspoort of identiteitskaart moeten overleggen om rechten op grond van het EG-Verdrag te kunnen ontlenen. De vreemdeling kon dit niet aantonen ondanks een redelijke termijn van twee weken. Zijn enkele stelling van Portugese nationaliteit en opgegeven adressen boden onvoldoende bewijs.
De Raad stelt dat de minister de bewaring terecht heeft opgelegd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft dit miskend door de bewaring onrechtmatig te verklaren. Het beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt als rechtmatig bevestigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.