ECLI:NL:RVS:2004:AQ3691
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bouwvergunning ondanks bezwaar over welstandstoetsing
Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg verleende op 27 februari 2002 een bouwvergunning voor het geheel vernieuwen en vergroten van een garage/berging aan een locatie in Voorburg. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het daarop ingestelde beroep eveneens ongegrond. Appellante stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
Appellante voerde aan dat het college ten onrechte had geoordeeld dat het bouwplan voldeed aan redelijke eisen van welstand, mede omdat de welstandscommissie de situatie ter plekke niet had bekeken en het college afweek van een eerder negatief standpunt. De Raad van State overwoog dat burgemeester en wethouders in redelijkheid mochten oordelen dat het bouwwerk aan de welstandseisen voldeed, ook zonder een plaatsbezoek door de welstandscommissie. De brief met het eerdere negatieve standpunt had betrekking op een ander bouwplan en bevatte geen bindende voorschriften.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het college het bouwplan terecht als in overeenstemming met redelijke eisen van welstand heeft beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwvergunning blijft in stand.