ECLI:NL:RVS:2004:AQ3662
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- J.G.C. Wiebenga
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning zonder broedseizoenbeperking voor exploratieboring nabij Tjeukemeer
De Minister van Economische Zaken verleende aan Total E&P Nederland B.V. een vergunning op grond van artikel 40 van Pro de Mijnbouwwet voor het oprichten van een mijnbouwwerk en het uitvoeren van een exploratieboring nabij Doniaga. Stichting Tegengas Tjeukemeer stelde beroep in tegen dit besluit, onder meer vanwege het ontbreken van een beperking tot werkzaamheden buiten het broedseizoen en de milieugevolgen voor de Ecologische Hoofdstructuur.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de activiteiten geen inrichting zijn in de zin van de Wet milieubeheer vanwege hun tijdelijke en eenmalige karakter, waardoor de vergunning terecht op grond van de Mijnbouwwet werd verleend. Het beroep was niet-ontvankelijk voor het voorzorgsbeginsel en de bouwvergunning. Wel werd geoordeeld dat het besluit onzorgvuldig was omdat het niet bepaalde dat werkzaamheden tijdens het broedseizoen verboden zijn, terwijl dit uit het adviesrapport van Oranjewoud wel volgt.
De Raad vernietigde het besluit voor zover het geen beperking tot buiten het broedseizoen bevatte en voegde deze voorschrift toe. De overige beroepsgronden werden ongegrond verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit wordt vernietigd voor zover het geen beperking tot werkzaamheden buiten het broedseizoen bevat en aangevuld met dit voorschrift.