ECLI:NL:RVS:2004:AQ3631
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- E.J. Nolles
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging bouwvergunning schuur in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Wester-Koggenland verleende op 16 juli 2002 een bouwvergunning voor een reeds geplaatste schuur op een perceel te Ursem, met doorbreking van de aanhoudingsplicht uit de Woningwet. Het perceel heeft volgens het bestemmingsplan de bestemming “Openbare en bijzondere gebouwen en bijbehorende terreinen”, terwijl het aangrenzende perceel de bestemming “Begraafplaats” heeft. De aanvraag vermeldde dat de schuur bedoeld was voor opslag van materiaal voor het kerkhof.
De rechtbank Alkmaar oordeelde op 2 december 2003 dat de bouwvergunning in strijd was met het bestemmingsplan en vernietigde het besluit van het college. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de bestemmingen strikt gescheiden zijn, en dat de schuur op grond van de samenhang tussen kerk en begraafplaats wel mocht worden gebouwd. De Raad van State verwierp dit betoog, omdat de planvoorschriften en de plankaart een duidelijk onderscheid maken tussen de bestemmingen en artikel 14 van Pro de planvoorschriften exclusief voorziet in het oprichten van een schuur ten behoeve van een begraafplaats.
De Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Hiermee blijft de bouwvergunning voor de schuur ongeldig vanwege strijd met het bestemmingsplan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd; de bouwvergunning is in strijd met het bestemmingsplan.