ECLI:NL:RVS:2004:AQ3622
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.G. Drupsteen
- J.A.M. van Angeren
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vergunning lozing cyanidehoudend grondwater
Bij besluit van 20 mei 2003 heeft de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat aan Nuon Power Buggenum B.V. een vergunning verleend voor het lozen van cyanideverontreinigd grondwater op het Lateraalkanaal Linne-Buggenum. Appellanten, een milieuorganisatie, hebben hiertegen beroep ingesteld bij de Raad van State.
Zij voerden onder meer aan dat voor de activiteit aanvullende vergunningen nodig waren, dat de lozing niet verenigbaar was met andere milieuregelingen, en dat de toegepaste zuiveringstechniek niet voldeed aan de best beschikbare techniek volgens de Europese Richtlijn 76/464/EEG. Verder stelden zij dat de normen voor cyanide en andere stoffen te ruim waren en dat onterecht geen vrachtnormen waren gesteld.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat geen coördinatieverplichting bestond voor de verschillende vergunningen, dat meerdere Wvo-vergunningen voor verschillende lozingen vanuit één inrichting toegestaan zijn, en dat de gestelde milieunormen in overeenstemming zijn met de best uitvoerbare techniek. De bezwaren tegen de toegepaste normen en het ontbreken van vrachtnormen faalden. Ook andere formele en inhoudelijke bezwaren werden verworpen.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de vergunningverlening. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vergunning voor het lozen van cyanidehoudend grondwater wordt ongegrond verklaard.