ECLI:NL:RVS:2004:AQ1356
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake intrekking keuringsbevoegdheid motorrijtuigen
Bij besluiten van 9 december 2002 heeft de appellant op grond van artikel 87a, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 de keuringsbevoegdheid van keurmeesters voor periodieke keuringen van motorrijtuigen tot 3500 kg voor zes maanden ingetrokken. De besluiten werden bij besluiten van 13 mei 2003 in bezwaar gehandhaafd.
De rechtbank Middelburg verklaarde het beroep van E.C.H. Exploitatie B.V. niet-ontvankelijk en vernietigde de bestreden beslissingen op bezwaar. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde ambtshalve vast dat E.C.H. ten onrechte als belanghebbende was aangemerkt, omdat haar belang slechts afgeleid was via de contractuele relatie met de keurmeesters.
De Afdeling oordeelde dat de intrekking van de keuringsbevoegdheid van de keurmeesters en de intrekking van de erkenning van E.C.H. verschillende sancties zijn met eigen juridische grondslagen. Het tijdsverloop tussen beide intrekkingen is niet relevant voor de evenredigheidstoets. De rechtbank had ten onrechte dit tijdsverloop meegewogen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank voor zover het het beroep van E.C.H. betrof, verklaarde het beroep van E.C.H. niet-ontvankelijk en dat van de keurmeesters ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van E.C.H. wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van keurmeesters ongegrond, uitspraak rechtbank vernietigd.