ECLI:NL:RVS:2004:AQ1260
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H.B. van der Meer
- J.A.M. van Angeren
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en toetsing tarieven voor Bergsche Maasveren door Minister van Verkeer en Waterstaat
De Minister van Verkeer en Waterstaat stelde in 2001 tarieven vast voor het gebruik van drie veren over de Bergsche Maas, met een latere inwerkingtreding in 2002, later gewijzigd naar 2004. Diverse appellanten, waaronder verenigingen, gemeenten en bewoners, stelden beroep in tegen dit besluit. De rechtbank Breda verklaarde een deel van de beroepen ongegrond en een deel gegrond maar niet-ontvankelijk.
In hoger beroep oordeelt de Raad van State dat enkele appellanten, met name bewoners en gerechtigden uit Eethen, wel als belanghebbenden moeten worden aangemerkt. De Raad bevestigt de ruime beleidsvrijheid van de Minister bij het vaststellen van tarieven en wijst betogen over een recht op gratis gebruik van de veren af, mede omdat dit niet uit de wet van 1883 of onteigeningsovereenkomsten blijkt.
Verder oordeelt de Raad dat de belangenafweging van de Minister terughoudend getoetst moet worden en dat de invoering van tarieven niet in strijd is met het zorgvuldigheids-, vertrouwens-, evenredigheids- of motiveringsbeginsel. Het beroep van de gerechtigden uit Eethen wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank op dit punt vernietigd, maar het beroep alsnog ongegrond verklaard. De Minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van deze appellanten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt grotendeels afgewezen, met uitzondering van een formele gegrondverklaring voor enkele appellanten die alsnog ongegrond wordt verklaard; het besluit tot invoering van tarieven blijft van kracht.