ECLI:NL:RVS:2004:AQ1103
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gedoogplicht aanleg en instandhouding drinkwatertransportleiding
De Minister van Verkeer en Waterstaat legde appellant de plicht op tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een drinkwatertransportleiding met bijkomende werken op zijn percelen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat na een procedure bij de rechtbank Rotterdam ongegrond werd verklaard.
Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State tegen de uitspraak van de rechtbank. Hij voerde onder meer aan dat de Minister artikel 7:5 Awb Pro had geschonden, dat de financiële gevolgen onvoldoende werden gecompenseerd en dat milieuvoorschriften ten onrechte ontbraken. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat geen sprake was van schending van artikel 7:5 Awb Pro en dat de schadevergoeding via de kantonrechter kan worden vastgesteld, inclusief toekomstige schade. Ook het betoog over milieuvoorschriften faalde omdat deze niet aan appellant maar aan een derde zouden moeten worden opgelegd.
De overige aangevoerde gronden leidden niet tot een ander oordeel. De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.