ECLI:NL:RVS:2004:AQ1022
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Oosting
- Ch.W. Mouton
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging revisievergunning voor opslag en verwerking afvalhout wegens onvoldoende milieubescherming
Bij besluit van 14 januari 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Limburg een revisievergunning aan Essent Milieu B.V. voor opslag en verwerking van afvalhout, energiepellets en baggerspecie. Appellanten, een milieuorganisatie en anderen, stelden beroep in tegen dit besluit vanwege onder meer het ontbreken van voldoende garanties dat gevaarlijk afval niet zou worden geaccepteerd.
De Raad van State oordeelde dat de aanvraag niet onredelijk was behandeld, maar dat de vergunningvoorschriften onvoldoende waarborgen boden tegen de acceptatie van verduurzaamd afvalhout en verontreinigde energiepellets. Ook bleek de methode voor het beoordelen van baggerspecie ontoereikend om gevaarlijk afval uit te sluiten. Hierdoor was het besluit in strijd met artikel 8.11, derde lid, van de Wet milieubeheer.
Andere bezwaren, zoals over geuronderzoek, lozingsvergunning en milieu-effectrapportage, waren onvoldoende onderbouwd en konden niet tot vernietiging leiden. De Afdeling verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde het besluit voor de periode tot de inwerkingtreding van het goedkeuringsbesluit van de acceptatieprocedures. Tevens werd de provincie Limburg veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep is deels gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening is vernietigd voor de periode tot de inwerkingtreding van het goedkeuringsbesluit van de acceptatieprocedures.