ECLI:NL:RVS:2004:AP8380
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.R. Schaafsma
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onvoldoende motivering en bewijs bij slootdemping met afvalstoffen
Bij besluit van 4 februari 2003 legde het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan appellant lasten onder dwangsom op wegens overtreding van artikel 10.2 van de Wet milieubeheer, omdat afvalstoffen waren gebruikt bij de demping van een sloot. Appellant voerde aan dat niet alle genoemde materialen als dempingsmateriaal waren toegepast en dat hij niet voldoende in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven.
De Raad van State oordeelde dat hoewel het gebruikte dempingsmateriaal als afvalstof moest worden beschouwd en de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder dwangsom bestond, het bestuursorgaan onvoldoende bewijs had geleverd dat de verboden materialen daadwerkelijk als dempingsmateriaal waren toegepast. Tevens ontbrak een deugdelijke motivering van het besluit.
Daarom vernietigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de bestreden besluiten van 30 oktober en 10 november 2003. Tevens werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt de last onder dwangsom wegens onvoldoende bewijs en motivering en veroordeelt het bestuursorgaan tot proceskostenvergoeding.