ECLI:NL:RVS:2004:AP8348
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering veranderingsvergunning melkrundveehouderij wegens onjuiste beoordeling stankhinder
Bij besluit van 17 oktober 2003 weigerde het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn een veranderingsvergunning voor uitbreiding van een melkrundveehouderij. De weigering was gebaseerd op het risico van stankhinder voor een nabijgelegen woning, die volgens verweerder als stankgevoelig object moest worden aangemerkt.
Appellant voerde aan dat deze woning bijzondere omstandigheden kende, waaronder een functieverandering en een bijzondere ontstaansgeschiedenis, waardoor deze woning niet als stankgevoelig object beschouwd diende te worden. De woning was oorspronkelijk een bedrijfswoning die was gesplitst in twee woongedeelten, waarvan één deel tijdelijk werd bewoond door voormalige agrariërs.
De Raad van State oordeelde dat de richtlijn veehouderij en stankhinder niet voorziet in een situatie als deze en dat de woning vanwege haar bijzondere karakter en de relatie tot de inrichting niet als stankgevoelig object kan worden aangemerkt. Het college had zich daarom niet op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat de vergunning geweigerd moest worden. Het besluit werd vernietigd en appellant werd in de proceskosten en griffierecht veroordeeld.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de veranderingsvergunning wordt vernietigd en appellant wordt in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen.