ECLI:NL:RVS:2004:AP8316
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.H.M. van Altena
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verstrekking persoonsgegevens uit gemeentelijke basisadministratie
Appellante verzocht om persoonsgegevens uit de gemeentelijke basisadministratie ten behoeve van een dagvaarding. Appellant sub 1 weigerde dit verzoek op grond van artikel 98 van Pro de Wet GBA en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank Almelo vernietigde deze beslissing, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het besluit van 13 augustus 2002 een besluit in de zin van de Awb betreft en dat de Wet GBA restrictief moet worden uitgelegd vanwege het belang van bescherming van de individuele levenssfeer. De Afdeling bevestigt dat alleen een deurwaarder bevoegd is een dagvaarding uit te brengen en dat appellante sub 2 deze bevoegdheid niet heeft.
Daarom is de weigering van verstrekking van de persoonsgegevens terecht. De Afdeling wijst erop dat appellante sub 2 zich niet onderscheidt van andere rechtshulpverleners en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de weigering van verstrekking van persoonsgegevens aan appellante sub 2.