ECLI:NL:RVS:2004:AP8306
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- K. Brink
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen nadere eis geluid bij inrichting in Hoogeveen
Bij besluit van 13 april 2004 stelde het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen een nadere eis aan het aspect geluid voor de inrichting van verzoekster op een perceel te Hoogeveen, op grond van het Besluit bouw- en houtbedrijven milieubeheer. Verzoekster stelde dat zij hierdoor onevenredig zware investeringen moest doen die het voortbestaan van haar bedrijf bedreigen, en dat zij niet aan de eis kon voldoen terwijl zij wel aan de reguliere normen voldeed. Tevens stelde zij dat de nadere eis strijdig was met het Besluit vanwege de aanwezigheid van woningen binnen 50 meter.
De Voorzitter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 21 juni 2004. Verweerder wilde met de nadere eis woningbouw aan de zuidzijde mogelijk maken, waarvoor geluidgrenswaarden werden opgelegd die overeenkwamen met eerdere milieuvergunningen. Verzoekster zou ingrijpende maatregelen moeten nemen, zoals het oprichten van een geluidscherm en het wijzigen van rijroutes.
De Voorzitter oordeelde dat het belang van verzoekster om geen vergaande investeringen te hoeven doen tot de bodemprocedure zwaarder woog dan het belang van verweerder, mede omdat de woningbouw door planologische belemmeringen niet binnen zes maanden gerealiseerd kon worden. Daarom werd het besluit geschorst en werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de gemeente Hoogeveen tot het opleggen van een nadere eis geluid wordt geschorst en de gemeente wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.