ECLI:NL:RVS:2004:AP8089
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-De Vin
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit schadevergoeding wegens onvoldoende motivering WOZ-waarde
Het Algemeen Bestuur van het Schadevergoedingsschap HSL-Zuid/A16/A4 kende appellant een schadevergoeding toe van € 11.344,51, gebaseerd op een waardering van zijn woning vlak voor 6 september 1999. Appellant voerde aan dat de waarde van zijn woning volgens de WOZ-taxatie aanzienlijk hoger lag en dat deze waardering niet was meegenomen bij de schadevaststelling.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat de rechtbank en het Algemeen Bestuur onvoldoende hadden gemotiveerd waarom de WOZ-waarde buiten beschouwing was gelaten. De Raad stelde dat het Algemeen Bestuur had moeten onderzoeken of de WOZ-taxatie rekening hield met relevante factoren zoals kassenbouw en verbouwingen.
De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en gelastte het Algemeen Bestuur om opnieuw te beslissen met inachtneming van de motiveringsplicht. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van het bezwaar tegen de schadevergoeding wordt vernietigd en het Algemeen Bestuur dient opnieuw te beslissen met een deugdelijke motivering.