ECLI:NL:RVS:2004:AP3662
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen wijziging vergunning tijdelijke opslag categorie 1-grond
Bij besluit van 22 november 2002 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant ambtshalve voorschriften verbonden aan de vergunning van appellante voor het oprichten en in werking hebben van een tijdelijk gronddepot van categorie 1-grond. Appellante stelde beroep in tegen deze wijziging, stellende dat de voorschriften ten onrechte betrekking hadden op afvalstoffen en dat de maximale opslagtermijnen te kort waren.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de grond in het depot als afvalstof moet worden beschouwd omdat de vorige houders zich van de grond hebben ontdaan of zich moesten ontdoen, en het hergebruik niet zeker is. Tevens oordeelde de Afdeling dat de verbonden maximale opslagtermijnen van één tot drie jaar conform het Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen zijn en dat het beroep daarom geen doel treft.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Het vonnis werd uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 7 juli 2004.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot het verbinden van voorschriften aan de vergunning voor het tijdelijke gronddepot wordt ongegrond verklaard.