ECLI:NL:RVS:2004:AP3347
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- H.G. Lubberdink
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling dat opdracht tot bijstand bij verificatie geen besluit is dat KPN rechtstreeks raakt
In deze zaak gaat het om de vraag of de opdrachtverlening aan ambtenaren van de Nederlandse Mededingingsautoriteit en OPTA tot het verlenen van bijstand bij een verificatieonderzoek door de Europese Commissie een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en of KPN als belanghebbende bij dat besluit kan worden aangemerkt.
De rechtbank 's-Gravenhage had het bezwaar van KPN tegen de opdrachtverlening niet-ontvankelijk verklaard en dat besluit vernietigd, omdat zij oordeelde dat KPN wel belanghebbende was. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt echter vast dat de opdrachtverlening weliswaar een besluit is, maar dat het belang van KPN niet rechtstreeks bij dit besluit is betrokken. De vrees voor belangenverstrengeling door inzet van OPTA-ambtenaren is onvoldoende actueel en objectief bepaalbaar om als belang te gelden.
De Afdeling vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van KPN ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Hiermee wordt bevestigd dat de opdracht tot bijstand geen besluit is waartegen bezwaar en beroep openstaan voor KPN.
Uitkomst: Het beroep van KPN wordt ongegrond verklaard omdat zij niet als belanghebbende bij het besluit tot opdrachtverlening wordt aangemerkt.