ECLI:NL:RVS:2004:AP3226
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- S. Zwemstra
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tijdelijke intrekking erkenning periodieke keuring motorrijtuigen
Appellante, een besloten vennootschap te Joure, kreeg op 11 juni 2003 van de RDW een tijdelijke intrekking van haar erkenning voor het uitvoeren van periodieke keuringen van motorrijtuigen tot 3500 kg voor twaalf weken opgelegd. Na bezwaar en beroep werd deze sanctie op 12 februari 2004 herzien tot zes weken intrekking. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de sanctie onterecht was opgelegd en dat de RDW had moeten afzien van het opleggen van een sanctie. De voorzieningenrechter had echter terecht geoordeeld dat appellante zelf een aandeel had in de ontstane situatie door het nalaten van noodzakelijke maatregelen om de keuringen te verscherpen, ondanks waarschuwingen.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat nader onderzoek niet nodig was en dat de sanctie proportioneel was gezien de ernst van de overtredingen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen; de tijdelijke intrekking van de erkenning voor zes weken blijft van kracht.