ECLI:NL:RVS:2004:AP3193

Raad van State

Datum uitspraak
17 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200403025/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • D. Dolman
  • A.M.L. Hanrath
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Noordzoom 1

Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Flevoland tot goedkeuring van het bestemmingsplan Noordzoom 1, vastgesteld door de gemeenteraad van Lelystad. Zij verzochten tevens om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen.

Het bestemmingsplan betreft de eerste fase van ontwikkelingen in de noordrand van Lelystad, met twee ruimtelijk gescheiden plandelen: een westelijk gebied met een landgoed en twee buitenplaatsen, en een oostelijk gebied met bestemmingen voor instituten en recreatie. Verzoekers maken bezwaar tegen de ontsluiting van de noordelijke buitenplaats via de Bosweg/Karveel en het ontbreken van een alternatieve ontsluiting voor het middengebied van Noordzoom.

De Voorzitter oordeelt dat de goedkeuring van het plan in redelijkheid in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, mede gelet op de verwachte minimale verkeersintensiteit. Daarnaast staat het niet definitief vast dat het middengebied alleen via de Bosweg/Karveel ontsloten zal worden, aangezien hierover nog overleg plaatsvindt in een andere planprocedure.

Daarom ziet de Voorzitter geen reden om het besluit te schorsen en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de goedkeuring van het bestemmingsplan Noordzoom 1 wordt afgewezen.

Uitspraak

200403025/2.
Datum uitspraak: 17 juni 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Flevoland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 26 juni 2003 heeft de gemeenteraad van Lelystad het bestemmingsplan “Noordzoom 1” vastgesteld.
Bij besluit van 3 februari 2004, kenmerk ROV/04.030095/A, heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief van 9 april 2004, bij de Raad van State ingekomen op 13 april 2004, beroep ingesteld.
Bij brief van 9 april 2004, bij de Raad van State ingekomen op 13 april 2004, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 juni 2004, waar verzoekers in persoon en verweerder, vertegenwoordigd door mr. A.G. Vuuregge, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen.
Voorts zijn daar gehoord de gemeenteraad van Lelystad, vertegenwoordigd door M. Balkema en R.P.H. IJsselstein, ambtenaren van de gemeente, en [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde] en [gemachtigde].
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het bestemmingsplan vormt het juridisch-planologische kader voor de eerste fase van ontwikkelingen in de noordrand van het stedelijke gebied van Lelystad. Het plangebied bestaat uit twee delen, die ruimtelijk van elkaar gescheiden zijn. In het westelijke plandeelgebied maakt het plan de aanleg van een landgoed en twee buitenplaatsen mogelijk. Aan het oostelijke plandeelgebied zijn de bestemmingen “Instituten” en “Recreatieve doeleinden” toegekend.
Verweerder heeft goedkeuring aan het plan verleend.
2.3. Verzoekers stellen dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan, voor zover daarin een ontsluiting van de noordelijke buitenplaats op de Bosweg/Karveel is voorzien en voor zover daarin geen ruimte is gereserveerd voor een toekomstige ontsluiting van het middengebied van de Noordzoom anders dan via de Bosweg/Karveel. Zij vrezen dat alsdan de voorziene ontsluiting tot verkeersoverlast, verminderd woongenot door lawaai en gevaar voor fietsers en voetgangers zal leiden.
2.4. Het plan voorziet in een ontsluiting van de noordelijke buitenplaats op de Bosweg ten oosten van het westelijke plandeelgebied. De Bosweg gaat in zuidelijke richting over in de Karveel. De zuidelijke buitenplaats en het landgoed worden ontsloten op de Houtribweg, die ten westen van het westelijke plandeelgebied ligt. Ten aanzien van het oostelijke plandeelgebied voorziet het plan in een ontsluiting op de Zuigerplasdreef. Voor zover verzoekers bezwaren hebben aangevoerd tegen de ontsluiting van de noordelijke buitenplaats op de Bosweg en de Karveel, ziet de Voorzitter geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder deze ontsluiting niet in redelijkheid in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening heeft kunnen achten. Hij neemt hierbij de verwachte minimale verkeersintensiteit mede in aanmerking.
Ten aanzien van de ontsluiting van het middengebied van de Noordzoom hebben verweerder en de gemeenteraad ter zitting betoogd dat deze ontsluiting voorwerp van overleg zal zijn in het kader van de planprocedure voor het middengebied. Ter zitting is gebleken dat voor deze ontsluiting verschillende alternatieven mogelijk zijn. In zoverre komt met het onherroepelijk worden van het thans in geding zijnde plan niet definitief vast te staan dat het middengebied van de Noordzoom niet langs een andere route dan via de Bosweg en Karveel zal kunnen worden ontsloten.
2.5. Onder vorengenoemde omstandigheden ziet de Voorzitter geen reden om aan te nemen dat de Afdeling het beroep van verzoekers in de bodemprocedure gegrond zal verklaren. Derhalve bestaat geen aanleiding om het bestreden besluit te schorsen.
2.6. Het verzoek om voorlopige voorziening dient te worden afgewezen.
2.7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door dr. D. Dolman, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.
w.g. Dolman w.g. Hanrath
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2004
392.