ECLI:NL:RVS:2004:AP1622
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- J.H. van Kreveld
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak inzake griffierecht bij vakantie
Verzoekers hebben bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek ingediend tot herziening van een eerdere uitspraak van 27 augustus 2003, waarin hun verzet ongegrond werd verklaard. Zij voerden aan dat zij niet tijdig kennis konden nemen van een aangetekend schrijven over de verschuldigdheid van griffierecht vanwege hun vakantie, wat zij met reisbescheiden ondersteunden.
De Afdeling heeft het verzoek behandeld en overwogen dat herziening slechts mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die vóór de uitspraak plaatsvonden, niet bekend waren en bij bekendheid tot een andere uitspraak zouden hebben geleid. De vakantie en het niet tijdig kennisnemen van het schrijven waren reeds vóór de uitspraak bekend bij verzoekers en vormen daarom geen grond voor herziening.
De Afdeling concludeert dat het verzoek niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en wijst het verzoek af. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.