ECLI:NL:RVS:2004:AP1594
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.A.M. van Angeren
- K. Brink
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunningbesluit inzake revisievergunning afvalstoffenopslag te Weert
Bij besluit van 10 juni 2003 verleende het college van gedeputeerde staten van Limburg aan appellante sub 3 een revisievergunning voor een inrichting voor het op- en overslaan en bewerken van afvalstoffen te Weert. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld door drie appellanten. De Raad van State behandelde het beroep en oordeelde dat het beroep van appellante sub 3 niet-ontvankelijk was voor het onderdeel dat zich richtte tegen voorschrift D.4.
De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden van het beroep. Zij oordeelde dat het besluit in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel omdat verweerder de aanvraag niet voldoende milieu-inhoudelijk had getoetst en onvoldoende onderzoek had verricht naar de milieugevolgen van bepaalde afvalstromen. Ook werden voorschriften over acceptatie- en registratieprocedures, opslagtermijnen, brandveiligheid en financiële zekerheidstelling getoetst. De Afdeling vond dat sommige voorschriften onvoldoende waren gemotiveerd of niet correct waren toegepast, met name omtrent opslagtermijnen en financiële zekerheid.
De beroepen van appellanten sub 1 en 2 werden ongegrond verklaard. Het beroep van appellante sub 3 werd gedeeltelijk gegrond verklaard, waarna het besluit werd vernietigd voor de weigering van vergunning voor bepaalde afvalstromen en voor de voorschriften B.10, C.4, C.10.d en C.11.b. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard. De provincie Limburg werd gelast het betaalde griffierecht aan appellante sub 3 te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt gedeeltelijk vernietigd wegens strijd met zorgvuldigheids- en motiveringsbeginselen.