ECLI:NL:RVS:2004:AP1593
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Boll
- P. Plambeck
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen revisievergunning veehouderij in Ede
Bij besluit van 6 mei 2003 verleende het college van burgemeester en wethouders van Ede een revisievergunning aan een vergunninghouder voor een veehouderij op een perceel in Ede. De vergunning betrof het houden van vleeskalveren, vleesstierkalveren en schapen. De Vereniging Milieu-Offensief stelde beroep in tegen dit besluit, stellende dat de vergunning onterecht was verleend en dat de Regeling stankemissie veehouderijen als meest recente milieutechnische inzichten had moeten worden toegepast.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellante als belanghebbende kon worden aangemerkt en dat het beroep ontvankelijk was, ondanks dat de gronden niet tegen het ontwerpbesluit waren ingebracht, omdat de Regeling na terinzagelegging in werking was getreden. De Afdeling stelde vast dat de vergunning terecht was verleend en dat de beoordelingsvrijheid van het college binnen de grenzen van de meest recente algemeen aanvaarde milieutechnische inzichten was uitgeoefend.
De Afdeling verwierp het betoog dat de Regeling stankemissie veehouderijen in plaats van de Richtlijn veehouderij en stankhinder 1996 had moeten worden toegepast. Ook het bezwaar dat in een eerdere zaak geen gelegenheid was gegeven te reageren op een deskundigenbericht werd ongegrond verklaard, omdat in die zaak geen deskundigenbericht was uitgebracht.
De Afdeling concludeerde dat de vergunningverlening niet in strijd was met het milieubeleid en dat het beroep ongegrond was. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de revisievergunning voor de veehouderij is ongegrond verklaard en de vergunning blijft van kracht.