ECLI:NL:RVS:2004:AP1141
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.H. Broodman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering vergunning uitweg gemeente Maasdriel wegens onvoldoende onderzoek
Appellant verzocht bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel om een vergunning voor het aanleggen van een uitweg vanaf zijn bedrijf naar het parkeerterrein van het winkelcentrum De Haar. Het college wees deze aanvraag op 26 september 2002 af en handhaafde dit besluit op 7 januari 2003. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het college onvoldoende onderzoek had verricht naar de gevolgen van de uitweg op de parkeercapaciteit en de groenvoorzieningen. De Raad van State constateerde dat het college geen gegevens had over het totaal aantal parkeerplaatsen, de gemiddelde bezetting, het exacte verlies aan parkeerplaatsen en de omvang van de groenvoorzieningen. Hierdoor ontbrak inzicht in de impact en de mogelijkheid tot compensatie.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college het besluit onvoldoende zorgvuldig had voorbereid in strijd met artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep van appellant gegrond verklaard en het college opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de vergunning wordt vernietigd.