ECLI:NL:RVS:2004:AP1092
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.R. Schaafsma
- J.G.C. Wiebenga
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen last onder dwangsom voor lozing afvalwater
Appellante kreeg bij besluit van 16 april 2003 twee lasten onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van voorschrift 4, verbonden aan haar vergunning krachtens de Wet verontreiniging oppervlaktewateren. Deze voorschriften bevatten normen voor chemisch zuurstofverbruik (CZV) en onopgeloste bestanddelen (ZS) in het afvalwater dat zij loost in de 3e Petroleumhaven te Botlek-Rotterdam.
De Staatssecretaris stelde dwangsommen van €5.000 per overtreding vast, met een maximum van €50.000 per last, en verlengde de begunstigingstermijn tot 1 september 2003. Appellante voerde aan dat de belangenafweging ondeugdelijk was, zij onvoldoende gelegenheid had gehad tot zienswijze, en dat de oplegging prematuur was. Tevens stelde zij dat slechts één overschrijding van de CZV-norm was geconstateerd en dat de dubbele dwangsommen onterecht waren.
De Raad van State oordeelde dat de Staatssecretaris terecht de lasten onder dwangsom had opgelegd, gelet op de geconstateerde overschrijdingen en het ontbreken van voldoende actie van appellante om deze te beëindigen. De argumenten over de nalevingsindex en de vermeende dubbele bestraffing werden verworpen omdat elke norm afzonderlijk moet worden nageleefd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens overschrijding van lozingsnormen wordt ongegrond verklaard.