ECLI:NL:RVS:2004:AP1081
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- D. Dolman
- R.H. Lauwaars
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging goedkeuring bestemmingsplannen Breda wegens ontbreken MER en verkeersproblemen
De gemeenteraad van Breda stelde op 26 september 2002 drie bestemmingsplannen vast voor woningbouw in de omgeving van Teteringen, met in totaal circa 2.000 woningen. Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant keurde deze plannen goed op 22 april 2003. Diverse appellanten, waaronder bewonersgroepen en een stichting, stelden beroep in tegen deze besluiten.
De kern van het geschil betrof de vraag of voorafgaand aan de vaststelling van de plannen een milieu-effectrapportage (MER) had moeten worden opgesteld. De Raad oordeelde dat de drie plannen samen één woningbouwproject vormen voor een aaneengesloten gebied in de zin van het Besluit m.e.r. 1994, waarvoor een MER verplicht is. Dit MER ontbrak, waardoor de besluiten in strijd zijn met artikel 7.27 van de Wet milieubeheer en artikel 10:27 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Daarnaast werd aangevoerd dat de ontsluiting van de nieuwe woonwijken op de Oosterhoutseweg tot onaanvaardbare verkeersoverlast zou leiden. De Raad stelde vast dat de verkeersmaatregelen onvoldoende concreet waren uitgewerkt en dat de voorwaardelijke uitwerkingsregeling in strijd is met de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Hierdoor zijn de besluiten ook in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb Pro) en artikel 11 Wro Pro.
De Raad verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de besluiten en onthield goedkeuring aan de bestemmingsplannen. Tevens werd het college van gedeputeerde staten veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: De besluiten tot goedkeuring van de bestemmingsplannen zijn vernietigd wegens ontbreken van een MER en onvoldoende onderbouwing van verkeersmaatregelen.