ECLI:NL:RVS:2004:AP0402
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- J.H. Roelfsema
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering bouwvergunning balkon en dakterras in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch weigerde op 8 april 2002 aan appellante een bouwvergunning en vrijstelling te verlenen voor het legaliseren van een balkon en een dakterras met vluchtmogelijkheid op een perceel in ’s-Hertogenbosch. Het college baseerde de weigering op het bestemmingsplan “Stadskern” en stelde dat de balkons als bouwwerken, geen gebouwen zijnde, moesten worden aangemerkt, waardoor zij niet voldeden aan de toegestane hoogtemaat.
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit, dat door het college werd afgewezen. De rechtbank ’s-Hertogenbosch verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Hiertegen stelde appellante hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde anders dan het college en de rechtbank. De balkons moeten worden gezien als onderdelen van het hoofdgebouw en niet als andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hierdoor was het toetsingskader van het college onjuist toegepast. De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Het college werd opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen, rekening houdend met de juiste juridische kwalificatie.
De Afdeling wees ook de proceskostenvergoeding toe aan appellante. Er werd vastgesteld dat de eerdere beslissing niet deugdelijk was gemotiveerd en in strijd was met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het college wordt vernietigd; het college dient een nieuwe beslissing te nemen.