ECLI:NL:RVS:2004:AP0321
Raad van State
- Hoger beroep
- F.P. Zwart
- T.M.A. Claessens
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Vaststelling voorkeursrecht op voormalig bedrijfsterrein Gorinchem door gemeenteraad
Het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem stelde op grond van artikel 8a van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) een voorstel op om percelen van een voormalig bedrijfsterrein aan te wijzen als gronden waarop het voorkeursrecht van toepassing is. De gemeenteraad stelde dit besluit bij raadsbesluit van 31 augustus 2000 vast voor twee jaar. Appellant sub 2, curator in het faillissement van een vennootschap, maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de raad ongegrond werd verklaard.
De rechtbank Dordrecht verklaarde het beroep van appellant sub 2 gegrond en vernietigde de beslissing op bezwaar. Zowel de raad als appellant sub 2 stelden hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad bevoegd was het voorkeursrecht te vestigen en dat het belang van de failliete boedel niet zwaarder weegt dan het algemeen belang dat met het voorkeursrecht wordt gediend.
De Afdeling stelde vast dat het besluit van de raad voldoende gemotiveerd was, mede gelet op de planologische visie en het A-Kernenbeleid, en dat de rechtbank ten onrechte het besluit had vernietigd. Het hoger beroep van appellant sub 2 werd ongegrond verklaard en dat van de raad gegrond, waarmee de uitspraak van de rechtbank werd vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de raad is gegrond verklaard en het beroep van appellant sub 2 ongegrond, waardoor het voorkeursrecht blijft gehandhaafd.