ECLI:NL:RVS:2004:AO9746

Raad van State

Datum uitspraak
19 mei 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200306166/1
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.G.J. Parkins-de Vin
  • H.G. Lubberdink
  • R. van der Spoel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 11 Gelderse WegenverordeningArt. 16 Gelderse Wegenverordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ontheffing voor exploitatie motorbrandstofverkooppunt ondanks bezwaar misleiding bouwvergunning

Het college van gedeputeerde staten van Gelderland verleende op 19 april 2001 aan TotalFinaElf Nederland N.V. ontheffing voor het gebruik van de Nieuwe Ubbergseweg voor het exploiteren van een verkooppunt voor motorbrandstoffen. Appellant maakte bezwaar tegen deze ontheffing en stelde dat de bouwvergunningen onterecht waren verleend door misleiding van het gemeentebestuur.

De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Tijdens de zitting op 23 maart 2004 verschenen partijen en werd het geschil inhoudelijk besproken.

De Raad van State oordeelde dat het college van gedeputeerde staten terecht de aanvraag om ontheffing had getoetst aan het effect op het gebruik en de verkeersveiligheid van de weg. De vraag of de bouwvergunningen terecht waren verleend, was niet relevant voor de beoordeling van de ontheffing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2004.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de ontheffing aan TotalFinaElf bevestigd.

Uitspraak

200306166/1.
Datum uitspraak: 19 mei 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 6 augustus 2003 in het geding tussen:
appellant
en
het college van gedeputeerde staten van Gelderland.
1. Procesverloop
Bij besluit van 19 april 2001 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college van gedeputeerde staten) aan TotalFinaElf Nederland N.V. (hierna: TotalFinaElf) ontheffing verleend van de verbodsbepalingen, bedoeld in artikel 11 van Pro de Gelderse Wegenverordening tot het gebruikmaken van de Nieuwe Ubbergseweg (weg N 325) voor het wijzigen, behouden en exploiteren van een verkooppunt voor de levering van motorbrandstoffen, met inbegrip van de daartoe benodigde werken.
Bij besluit van 13 november 2001 heeft het college van gedeputeerde staten het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 6 augustus 2003, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Arnhem (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 15 september 2003, bij de Raad van State ingekomen op 16 september 2003, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 13 oktober 2003. Deze brieven zijn aangehecht.
Bij brief van 6 november 2003 heeft het college van gedeputeerde staten van antwoord gediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 maart 2004, waar appellant in persoon en het college van gedeputeerde staten, vertegenwoordigd door mr. M.M.P. Vonk, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Daar is ook gehoord TotalFinaElf, vertegenwoordigd door mr. P. Raven, advocaat te Rotterdam.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 11 van Pro de Gelderse Wegenverordening is het verboden een installatie voor levering van motorbrandstoffen of andere weggebonden voorzieningen, welke zijn gesitueerd binnen de grenzen van de weg, dan wel door middel van een in- of uitrit zijn georiënteerd op de weg, te plaatsen, te hebben of te wijzigen.
Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Gelderse Wegenverordening, voorzover hier van belang, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen, vervat in artikel 7 tot Pro en met 12.
Ingevolge artikel 16, tweede lid, van de Gelderse wegenverordening kunnen aan een ontheffing voorschriften worden verbonden.
2.2. De Afdeling volgt appellant niet in zijn betoog dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan zijn stelling dat de ontheffing, evenals de ten behoeve van het onderhavige verkooppunt verleende bouwvergunningen, ongedaan gemaakt dient te worden omdat de bouwvergunningen zijn verleend als gevolg van misleiding en bedrog van de kant van het gemeentebestuur. Terecht heeft de rechtbank overwogen dat het college van gedeputeerde staten, door de aanvraag om ontheffing te toetsen aan het effect op het gebruik van de weg en de veiligheid van het verkeer op de weg geen onjuiste maatstaf heeft aangelegd. De vraag of de bouwvergunningen terecht of onterecht zijn verleend speelt in dat kader geen rol.
2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. M.G.J. Parkins-de Vin, Voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. R. van der Spoel, Leden, in tegenwoordigheid van mr. S.W. Schortinghuis, ambtenaar van Staat.
w.g. Parkins-de Vin w.g. Schortinghuis
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2004
66-398.