ECLI:NL:RVS:2004:AO9718
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Th.G. Drupsteen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing handhavingsverzoek tegen vermeende overtreding ontgrondingsvergunning
Appellant verzocht het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant om handhavend op te treden tegen een ontgronding die volgens hem dieper was uitgevoerd dan toegestaan in de vergunning. Verweerder wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant stelde dat voorafgaand aan de vergunning al ontgrond was zonder controle en dat er aanleiding was voor nader onderzoek.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de vergunninghoudster in afwijking van de vergunning had ontgrond. De aangevoerde brieven en rapporten boden geen voldoende aanknopingspunten voor een overtreding. Verweerder had de ontgronding volgens meetresultaten en controles uitgevoerd conform de vergunning en was daarom niet bevoegd tot handhavend optreden.
De Raad van State bevestigde dat het besluit van verweerder rechtmatig was en dat het beroep ongegrond is. De vraag of de vergunning nog werking had door een opleveringsbrief werd buiten beschouwing gelaten. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om geen handhavend op te treden is ongegrond verklaard.