ECLI:NL:RVS:2004:AO9695
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- W. van Hardeveld
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning uitbreiding veehouderij wegens onaanvaardbare stankhinder
Appellant verzocht om een vergunning voor het uitbreiden van het aantal paarden op een veehouderij. Verweerder weigerde deze vergunning op grond van de Wet milieubeheer vanwege het risico op onaanvaardbare stankhinder voor nabijgelegen woningen. De aanvraag betrof een uitbreiding met 20 paarden op een perceel binnen de bebouwde kom, waar de afstand tot de dichtstbijzijnde woning ongeveer 20 meter bedraagt.
De Raad van State oordeelde dat verweerder terecht een vaste afstand van 50 meter hanteert als criterium om onaanvaardbare stankhinder te voorkomen, conform de Richtlijn veehouderij en stankhinder. Omdat de aangevraagde uitbreiding niet aan deze afstandsnorm voldoet, is het risico op onaanvaardbare stankhinder reëel.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat verweerder binnen zijn beoordelingsvrijheid heeft gehandeld en dat de weigering van de vergunning terecht is. Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de vergunning voor uitbreiding van de veehouderij wordt ongegrond verklaard.