ECLI:NL:RVS:2004:AO9680
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Konijnenbelt
- H.Ph.J.A.M. Hennekens
- P.C.E. van Wijmen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning lozing afvalstoffen op oppervlaktewater wegens onduidelijke voorschriften
Bij besluit van 20 december 2002 verleenden verweerders een vergunning aan vergunninghoudster voor het lozen van afvalstoffen op oppervlaktewater. Appellanten, twee milieuverenigingen, stelden beroep in tegen dit besluit en voerden onder meer aan dat de vergunning onvolledig was en dat bepaalde voorschriften ontoereikend of onduidelijk waren.
De Raad van State oordeelde dat enkele beroepsgronden niet-ontvankelijk waren omdat zij buiten de termijn waren ingebracht. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde vervolgens de inhoudelijke gronden en stelde vast dat het niet mogelijk was om concrete waterkwaliteitsnormen op te nemen vanwege onvoldoende inzicht in de effecten van lozingen. Middelvoorschriften werden als toereikend beschouwd, zoals het gebruik van een botrytiswaarschuwingssysteem en de Milieumeetlat voor bepaalde percelen.
Echter, de Raad vond dat enkele termen in de voorschriften, zoals "in principe" en "belangrijke teelttechnische redenen", onvoldoende duidelijk waren en daarmee in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel. Daarom vernietigde de Raad deze onderdelen van het besluit en droeg verweerders op binnen drie maanden een nieuw besluit te nemen dat deze onduidelijkheden wegneemt.
Daarnaast werd verweerders veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht aan appellanten. Het beroep werd verder ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit wordt gedeeltelijk vernietigd wegens onduidelijke voorschriften en verweerders moeten binnen drie maanden een nieuw besluit nemen.