ECLI:NL:RVS:2004:AO9677
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. van den Brink
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen bouwvergunning zonder vereiste verklaring van geen bezwaar
Het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal verleende in 2001 vrijstelling en bouwvergunning voor een woning met garage op een perceel in Bloemendaal. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze besluiten, dat aanvankelijk ongegrond werd verklaard. De rechtbank Haarlem verklaarde het bezwaar in 2003 gegrond, maar bij een nieuw besluit van het college werd het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep van verzoekers in 2004 ongegrond.
Verzoekers stelden in hoger beroep dat het college niet bevoegd was tot het verlenen van vrijstelling omdat geen verklaring van geen bezwaar van gedeputeerde staten was aangevraagd, terwijl het perceel inmiddels was aangewezen als beschermd dorpsgezicht zonder dat daarvoor een bestemmingsplan was vastgesteld. Tevens betoogden zij dat de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende was.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat er gerede twijfel bestaat over het oordeel van de rechtbank en de ruimtelijke onderbouwing, mede omdat het gebruikte Model 1999 niet geschikt is voor woningbouw. Daarom werd een voorlopige voorziening getroffen waarbij de besluiten van het college werden geschorst en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal worden geschorst en het college wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.