ECLI:NL:RVS:2004:AO9662

Raad van State

Datum uitspraak
14 mei 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
200401419/2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.C.K.W. Bartel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing goedkeuring bestemmingsplan Buitenkwartier Cingellanden

Bij besluit van 8 mei 2003 stelde de gemeenteraad van Zwartewaterland het bestemmingsplan 'Buitenkwartier Cingellanden' vast, waarin onder meer de bouw van een tweede villa op een perceel mogelijk werd gemaakt. Verzoeker, eigenaar van een nabijgelegen woning, stelde dat deze goedkeuring onterecht was omdat dit zou leiden tot aanzienlijke waardevermindering van zijn woning, hetgeen niet in de belangenafweging was betrokken.

De gemeenteraad verwees naar een eerdere toezegging aan de eigenaar van het betreffende perceel als grondslag voor de regeling. De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat nader overleg tussen de betrokken eigenaren en het gemeentebestuur noodzakelijk was vanwege de belangenafweging en besloot daarom tot schorsing van het besluit voor zover het de bouw van de tweede villa betreft.

Daarnaast veroordeelde de Voorzitter het college van gedeputeerde staten van Overijssel tot betaling van de proceskosten en vergoedde hij het griffierecht aan verzoeker. Deze voorlopige voorziening heeft een tijdelijk karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure.

Uitkomst: De Voorzitter schorst de goedkeuring van het bestemmingsplan voor de bouw van een tweede villa en veroordeelt de provincie tot proceskostenvergoeding.

Uitspraak

200401419/2.
Datum uitspraak: 14 mei 2004
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend te [woonplaats],
en
het college van gedeputeerde staten van Overijssel,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 8 mei 2003 heeft de gemeenteraad van Zwartewaterland
het bestemmingsplan "Buitenkwartier Cingellanden" vastgesteld.
Bij besluit van 9 december 2003, kenmerk RWB/2003/1757 heeft verweerder beslist over de goedkeuring van dit plan.
Tegen dit besluit heeft verzoeker bij brief van 17 februari 2004, bij de
Raad van State ingekomen op diezelfde datum, beroep ingesteld.
Bij brief van 17 februari 2004, bij de Raad van State ingekomen op diezelfde datum, heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 mei 2004, waar verzoeker in persoon, en verweerder, vertegenwoordigd door T. Drint, zijn verschenen. Voorts is de gemeenteraad van Zwartewaterland, vertegenwoordigd door G. Stam, daar verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Verzoeker is eigenaar van de woning [locatie 1]. Hij stelt dat verweerder ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan het plan voor zover dat voorziet in de mogelijkheid om een tweede villa te bouwen op het perceel [locatie 2]. Verzoeker voert daartoe onder meer aan dat sprake zal zijn van aanzienlijke waardevermindering van zijn woning en dat dit ten onrechte niet in de belangenafweging is betrokken.
2.3. De gemeenteraad stelt dat de in het plan opgenomen regeling voortkomt uit een in het verleden door de gemeente gedane toezegging aan de eigenaar van het perceel [locatie 2].
2.4. De Voorzitter acht gelet op de aan het besluit van de gemeenteraad ten grondslag liggende motivering en de daaruit voortvloeiende belangenafweging nader overleg tussen de eigenaren van de percelen [locatie 2] en [locatie 1] en het gemeentebestuur noodzakelijk.
Gelet hierop ziet de Voorzitter aanleiding om de hierna vermelde voorlopige voorziening te treffen.
2.5. Verweerder dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel van 8 mei 2003, RWB/2003/1757, voorzover daarbij goedkeuring is verleend aan de aanduiding “1”, zijnde het maximaal aantal woningen, voor het plandeel met de bestemming “Woonhuizen”, voor zover dat betrekking heeft op de gronden gelegen tussen de woning [locatie 2] en het perceel behorende bij de woning [locatie 1];
II. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Overijssel in de door verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 322,00, welk bedrag geheel is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het bedrag dient door de provincie Overijssel te worden betaald aan verzoeker;
III. gelast dat de provincie Overijssel aan verzoeker het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht (€ 116,00) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J.C.K.W. Bartel, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Voskamp, ambtenaar van Staat.
w.g. Bartel w.g. Voskamp
Voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2004
370