ECLI:NL:RVS:2004:AO9231
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W. van den Brink
- E.M. Ouwehand
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij geschil over bouwvergunning potstal en intensieve veehouderij
Het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen verleende op 2 mei 2003 een binnenplanse vrijstelling en bouwvergunning voor de bouw van een potstal op een perceel in Tubbergen. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarna het college het bezwaar ongegrond verklaarde, de vrijstelling herroepen maar de bouwvergunning gehandhaafd liet. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze besluiten ongegrond. Verzoeker stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat het geschil zich toespitst op de vraag of de potstal ten dienste staat van intensieve veehouderij, zoals gedefinieerd in het bestemmingsplan. De Voorzitter constateerde twijfel of de potstal niet onder de definitie van intensieve veehouderij valt, mede omdat de bedrijfsvoering anders is dan bij eerdere uitspraken en de mesterij van stieren grotendeels binnen de bedrijfsgebouwen plaatsvindt.
Gezien deze twijfel en de onzekerheid over de interpretatie van de planvoorschriften achtte de Voorzitter het noodzakelijk om de besluiten van het college te schorsen totdat in de bodemprocedure een definitief oordeel is gegeven. Tevens werd het betaalde griffierecht aan verzoeker vergoed. De voorlopige voorziening heeft een tijdelijk karakter en is niet bindend voor de bodemprocedure.
Uitkomst: De Voorzitter schorst de bouwvergunning en binnenplanse vrijstelling en gelast vergoeding van het griffierecht aan verzoeker.