ECLI:NL:RVS:2004:AO9218
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit subsidievaststelling sanering loden waterleidingen met in stand laten rechtsgevolgen
Appellant vroeg subsidie vast te stellen voor de sanering van loden waterleidingen, maar zijn aanvraag werd op 4 juli 2003 afgewezen door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd ongegrond verklaard. Appellant stelde daarop beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het besluit op bezwaar genomen door een ambtenaar op grond van een onverbindende regeling was genomen, waardoor dit besluit vernietigd moest worden. Echter, de Minister nam het besluit zelf voor zijn rekening en de inhoud van het besluit kon de rechterlijke toets doorstaan.
De Minister had het beleid gehanteerd dat aanvragen tot subsidievaststelling die niet binnen de gestelde termijn waren ingediend, zonder bijzondere omstandigheden werden afgewezen. Appellant voerde aan dat hij niet was geïnformeerd over de noodzaak van een aanvraagformulier na de sanering, maar dit verweer faalde omdat de waarschuwing in het subsidiebesluit was opgenomen.
De Raad van State concludeerde dat de Minister bevoegd was het subsidiebedrag op nihil vast te stellen en dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand konden blijven. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.