ECLI:NL:RVS:2004:AO9217
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering huursubsidie wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting stelde bij besluit van 7 november 2000 de huursubsidie over het tijdvak 1 juli 1996 tot en met 30 juni 1997 vast op nihil en vorderde de teveel betaalde subsidie terug. Appellant had het pand in augustus 1997 verlaten zonder dit te melden en maakte op 28 januari 2002 bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit, dat niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege overschrijding van de bezwaarperiode.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde dat hij niet in verzuim was omdat hij zelf geen aanvraag had gedaan en vermoedelijk zijn (ex-)echtgenote dit had gedaan. De Afdeling oordeelde dat het bestuursorgaan mocht uitgaan van het opgegeven correspondentieadres en dat appellant het niet melden van zijn vertrek aan de Staatssecretaris aan zichzelf moest worden toegerekend.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar vanwege een ongeldige ondermandaatregeling, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven omdat het besluit inhoudelijk rechtmatig is. Tevens werd appellant het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.