ECLI:NL:RVS:2004:AO9207
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- P.A. Offers
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Weigering verstrekking persoonsgegevens kentekenhouder voor handhaving prostitutieverbod
De gemeente Heerlen verzocht de RDW om de personalia en adresgegevens van de houder van een kenteken te verstrekken om een dwangsom op te leggen wegens overtreding van een prostitutieverbod in de Algemene Plaatselijke Verordening. De RDW wees dit verzoek af, met verwijzing naar het advies van het College Bescherming Persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van de gemeente ongegrond. De gemeente stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State. Deze oordeelde dat de RDW terecht de gegevensverstrekking had geweigerd, omdat het doel van de kentekenregistratie en de Wegenverkeerswet niet overeenkomt met het doel van handhaving van het prostitutieverbod.
Daarnaast wees de Raad op minder ingrijpende middelen om overtreders te identificeren, zoals staande houden van de automobilist en het gebruik van strafrechtelijke instrumenten. Het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het sanctionerende karakter van de dwangsom wogen zwaarder dan het belang van de gemeente.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de RDW om persoonsgegevens van een kentekenhouder te verstrekken voor handhaving van een prostitutieverbod.