ECLI:NL:RVS:2004:AO9203
Raad van State
- Hoger beroep
- T.M.A. Claessens
- C. Sparreboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aanwijzing pand als gemeentelijk monument ondanks bezwaren appellant
Het college van burgemeester en wethouders van Bergh heeft op 18 juni 2002 het pand van appellant aangewezen als gemeentelijk monument. Appellant maakte bezwaar tegen deze aanwijzing, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
In het hoger beroep stelde appellant dat de procedure te lang duurde en dat hij mocht aannemen dat geen aanwijzing zou plaatsvinden. De Raad van State oordeelde dat de wettelijke termijn niet was overschreden en dat de procedure niet in de weg stond aan de aanwijzing. Ook het argument dat appellant onvoldoende gelegenheid had gekregen tot nadere studie van de selectiecriteria werd verworpen, omdat hij niet had aangegeven inhoudelijke bezwaren te willen aanvoeren.
Verder vond appellant de motivering van het aanwijzingsbesluit onvoldoende. De Raad van State stelde dat de door een deskundige opgestelde omschrijving van het pand en de gehanteerde selectiecriteria voldoende waren en in lijn met de landelijke criteria voor monumentenbescherming. Tot slot verwierp de Raad het betoog dat de aanwijzing een onrechtmatige aantasting van het eigendomsrecht zou zijn, omdat de regeling een algemeen belang dient en niet in strijd is met het Burgerlijk Wetboek.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot aanwijzing als gemeentelijk monument bevestigd.